Bij SPIN is het pensioenfondsbestuur halverwege 2007 ingericht volgens een one-tier model. Het voordeel van dit model is dat de bestuursorganisatie efficiënt is ingericht, deskundigheid op verschillende gebieden wordt gebundeld en het interne toezicht goed is geregeld.
Algemeen en Dagelijks Bestuur
SPIN wordt bestuurd door het Algemeen Bestuur. Dit bestaat uit drie bestuurders A, benoemd vanuit IBM, twee bestuurders B, benoemd vanuit de Groepsondernemingsraad van IBM en één vanuit de pensioengerechtigden. Zo zijn de verschillende belanghebbenden vertegenwoordigd in het bestuur. De drie bestuurders C, die het Dagelijks Bestuur vormen, worden benoemd door de bestuurders A en B.

Het Algemeen Bestuur is eindverantwoordelijk voor het besturen van het fonds. Dit houdt bijvoorbeeld in dat zij toezien op uitvoering van IBM-pensioenregelingen en ervoor zorgen dat interne en externe regels worden nageleefd. Simpel gesteld is het Algemeen Bestuur verantwoordelijk voor beleid en verantwoording en het Dagelijks Bestuur voor uitvoering. Beide hebben onderling uitvoerig contact over de activiteiten van het fonds.
De leden van het Algemeen Bestuur hebben zitting voor een periode van drie jaar. Ieder jaar per 1 maart treedt een bestuurder A en B volgens rooster af. De drie Dagelijks Bestuurders zitten voor onbepaalde tijd in het bestuur.
Intern toezicht
De bestuurders A en B zijn intern toezichthouder op het Dagelijks Bestuur. Onder de bestuurders A en B is een werkverdeling gemaakt voor de diverse beleidsonderwerpen en toezichtstaken. Vanuit hun toezichtstaken beoordelen zij het Dagelijks Bestuur. Ieder kwartaal en tussentijds brengt het Dagelijks Bestuur verslag uit over het uitgevoerde beleid.
Deskundig bestuur
De Pensioenwet schrijft voor dat pensioenfondsbestuurders genoeg kennis en ervaring moeten hebben om het fonds te besturen. De Nederlandsche Bank toetst ze hierop wanneer ze in het bestuur willen. Er zijn twee deskundigheidsniveaus: niveau 1 is een basisdeskundigheid op het gebied van kennis en inzicht. Niveau 2 beslaat afgewogen oordeelsvorming om besluiten te kunnen nemen. Alle bestuursleden hebben op meerdere deskundigheidsgebieden niveau 2.
De deskundigheidsgebieden hebben betrekking op wet- en regelgeving, pensioenreglementen en –soorten, organisatiebestuur, actuariële aspecten van pensioen en vermogensbeheer, administratieve organisatie en interne controle, uitbesteding en communicatie.
Jaarlijks evalueert het Algemeen Bestuur zijn functioneren. Hierover leggen de bestuursleden ook verantwoording af aan het Verantwoordingsorgaan.